Het onderwijs moet leerlingen minder kennis laten stampen, maar ze voorbereiden op een veranderende samenleving. Dat is niet mijn mening, maar die van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (NOS Journaal, 29 september). Ik denk juist dat je leerlingen (of studenten) moet leren ‘te begrijpen’ en daarvoor is het stampen van feiten, maar vooral de inzicht in een taal van belang.
Taalkennis en woordenschat zijn van wezenlijk belang voor een goede communicatie. Een woordenschat is alleen op te bouwen door voldoende geconfronteerd te worden met woorden en hoe deze toegepast moeten worden. In mijn optiek is dit ook een vorm van kennis stampen.
Ik vind het gevaarlijk dat de minister stelt dat het onderwijs vooral gericht moet zijn om het leren omgaan met veranderingen. Ja, natuurlijk vind ik psychologie razend interessant, maar door jezelf en je onzekerheden te doorgronden ben je nog niet in staat een vak uit te oefenen en zelfs niet als je over de handvatten beschikt om met die veranderingen om te gaan.
De minister geeft in hetzelfde interview met de NOS aan dat communicatie van wezenlijk belang is. Ik zou zeggen dat er juist meer gestampt moet worden in het onderwijs. Uit onderzoek van Van Eerden en Van Es blijkt immers dat het taalniveau van studenten in het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs dramatisch is. En volgens docent Nederlands Martin Slagter (VK, 14 mei 2014) mag de huidige hbo-student al meer fouten maken in een examen dan een mbo’er vijfentwintig jaar geleden.
Het onderwijs is blijkbaar al minder gericht op stampen en dat moet een werkgever ook ontdekken als hij een sollicitatiebrief ontvangt. De BV Nederland moet draaien, dat snap ik ook wel, maar dat lijkt mij behoorlijk lastig als we gebruiksaanwijzingen niet meer kunnen begrijpen, enerzijds omdat onze woordenschat te klein is en anderzijds omdat de schrijver van zo’n gebruiksaanwijzing de taal nog onvoldoende machtig is.
Dat de kwaliteit in het onderwijs achteruit holt kent trouwens ook een politieke oorzaak. Kijk alleen maar naar het aantal onderwijsveranderingen in de afgelopen vijfentwintig jaar, zoals beschreven in Onderwijs vormen en Onderwijsvernieuwingen (Dorst, 2011).
Nog een rede waarom er wel gestampt moet worden in het onderwijs is het begripsbesef. Elk vak ken zijn eigen idioom. Asscher moet dat als geen ander beseffen. Immers er is een verschil tussen kabinet, kroon en ministerraad. Dit soort kennis valt natuurlijk op te zoeken, maar het is voor de dagelijkse gang van zaken wel handig als je deze kennis paraat hebt. Ik denk dus dat je er niet aan ontkomt om begrippen te leren.
Verder vind ik dat Asscher, door het onderwijs verantwoordelijk te stellen voor de veranderende samenleving, voorbij gaat aan de individuele capaciteiten van mensen. Als robots daadwerkelijk het laaggeschoolde werk gaan overnemen, waarvoor ik net als Asscher vrees, dan zal automatisch een deel van de bevolking buiten de boot vallen. We kunnen niet zomaar verlangen dat deze mensen een hogere (inhoudelijkere) opleiding gaan genieten en we willen niet dat ze allemaal in de bijstand terecht komen. De oplossing zou dus van de politiek moeten komen, door het creëren van werkgelegenheid.
Ik vind het weinig sociaal van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de hete aardappel op het schoolbordje te schuiven. En ondanks dat het onderwijs niet mag (laten) stampen zit het toch in de puree. Ik zou liever zien dat Asscher zijn eigen verantwoording zou nemen, in plaats van zich te hullen in holle oplossingen, die hem, wat mij betreft, wel tot een Asshole maken!